Schoolgids

Schoolgids 2011-2012

Inleiding
Voor u ligt de schoolgids van de openbare basisschool de Brink. Deze gids is bedoeld voor ouders die hun kinderen nu op onze school hebben en voor ouders die op zoek zijn naar een passende school voor hun kind(eren). In deze gids vindt u algemene gegevens van de school. De gids is samengesteld door een werkgroep van ouders, leerkrachten en directie. Deze heeft geprobeerd een zo compleet mogelijk beeld te geven van de school. Suggesties ter aanvulling of verbetering zijn natuurlijk van harte welkom.

Mocht u naar aanleiding van deze schoolgids nog vragen hebben dan zijn wij natuurlijk van harte bereid u verder te informeren tijdens een persoonlijk gesprek.


Lelystad, augustus 2011

Schooladres:
OBS de Brink
Griend 25–18
8225 SC Lelystad
telefoon: 0320 240444
e-mail: debrink18@xs4all.nl
website: www.obsdebrink.nl

Inhoud
1 Waarom een schoolgids? 3
2 De school 3
3 De directie 4
4 Schoolgrootte 4
5 Missie en uitgangspunten 4
6 Schoolorganisatie 5
7 Algemeen 5
7.1 Het schoolbestuur 5
7.2 Samenstelling team 5
8 De ontwikkeling van het onderwijs in de school 6
8.1 Kwaliteitszorg 6
8.2 De organisatie van het onderwijs 7
8.3 Groepering 7
8.4 Groepsgrootte 8
8.5 Organisatie zorg voor leerlingen met speciale behoeften 8
8.6 De schoolregels van de Brink 8
9 De leerkrachten 8
9.1 Wijze van vervanging bij ziekte, verlof of scholing 8
9.2 Compensatieverlof 9
9.3 Onderwijsondersteunend personeel 9
9.4 Stagiaires en LIO-ers 9
9.5 Scholing van leerkrachten 10
9.6 Arbeidsdeelname allochtonen 10
9.7 Evenredige vertegenwoordiging vrouwen in de schoolleiding 10
9.8 Medezeggenschapsraad 11
9.9 GMR 11
10 De resultaten van het onderwijs 12
10.1 Leerplicht en verzuim 14
10.2 Toelating c.q. niet toelating 14
10.3 Schorsing 14
10.4 Verwijdering 15
10.5 Verlof en verzuim 15
10.6 Ziekte van leerling 15
10.7 Veiligheid op school 16
10.8 Klachten en klachtenregeling 17
10.9 Jeugdgezondheidszorg 17
10.10 Vakanties en studiedagen 18
10.11 Berekening lesuren 2011 - 2012 18
10.12 Doorgaande ontwikkelingslijn in de brede school. 19
10.13 De Brink als opvoedingsmilieu 19
10.14 Overblijven; tussenschoolse opvang 20
10.15 Actief burgerschap en sociale integratie 20
10.16 Veiligheidsbeleid 21
11 Wat uw kind zoal leert 22
12 Buitenschoolse activiteiten 27
13 Vervolgonderwijs 27
14 De zorg voor kinderen 28
15 Het gebouw 32
16 Ouders 32
17 De ontwikkeling van het onderwijs 33
18 Regeling schooltijden 34
19 Adressen 34
20 Bijlagen 35
Bijlage 1: Protocol ‘internetgebruik’ 35
Bijlage 2: Protocol ‘luizenscreening’ 36
Bijlage 3: Protocol ‘plaatsing leerlingen met een handicap’ 37
Bijlage 4: Protocol ‘verwijzing zorgkinderen’ 40
Bijlage 5: Protocol ‘verzoek ouders in verband met verlof’ 42
Bijlage 6: Protocol ‘wijze van vervanging bij ziekte, verlof of scholing’ 45
Bijlage 7: Protocol ‘pesten’ 46
Bijlage 8: Protocol ‘kindermishandeling’ 51
Bijlage 9: Protocol ‘meerbegaafden’ 55
Bijlage 10: Protocol ‘onderwijs aan zieke leerlingen’ 60

1 Waarom een schoolgids?
Elke school dient als gevolg van de kwaliteitswet onderwijs over een schoolgids te beschikken.
Het is een document voor ouders waarin de school zichzelf en met name de werkwijze beschrijft.
In de schoolgids maakt de school voor ouders duidelijk welke doelen worden nagestreefd, hoe die doelen worden bereikt en welke resultaten daarmee worden geboekt.
Tevens is de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut beschreven.
Ook de inzet van extra personeel voor bijvoorbeeld extra zorg aan leerlingen wordt daarin verantwoord. Hoe die extra zorg er uit ziet wordt ook omschreven
Verder geeft de school in de schoolgids informatie over de ouderbijdrage en de rechten en plichten van de ouders/verzorgers.
De manier van presentatie is een aangelegenheid van de school zelf.
De medezeggenschapsraad van de school moet met de inhoudelijke beschrijving instemmen, terwijl het bestuur de schoolgids vaststelt.
De schoolgids wordt bij inschrijving van leerlingen of ieder jaar aan de ouders/verzorgers uitgereikt.
In verband met het algemeen toezicht op de kwaliteit van het onderwijs krijgt de inspectie van het onderwijs ook een exemplaar.


2 De school
De Brink is een openbare brede school. Uw kind speelt op straat en op school met andere kinderen. Kinderen uit verschillende milieus, allen met een eigen kijk op de samenleving en op de toekomst. Hoe ouder uw kind wordt, des te meer het in aanraking komt met mensen die anders denken en een andere levensovertuiging hebben. Het is goed kinderen op die situatie voor te bereiden. Dat kan door uw kind kennis te laten verwerven, door het te leren keuzes te maken om zich over allerlei zaken een oordeel te vormen. Op die manier leert het kind op eigen benen te staan, deel te nemen en zelf vorm te geven aan de samenleving die zo sterk in ontwikkeling is. Het openbaar onderwijs wil kinderen uit alle politieke, sociale, culturele en geestelijke kringen samenbrengen. Kinderen krijgen onderwijs met het doel op te groeien tot volwassenen, die ondanks onderlinge verschillen later goed met elkaar overweg kunnen.

Het gebouw is multifunctioneel met o.a. buurtcentrum, naschoolse opvang en een basisschool. Alles onder één dak.

In het schooljaar 2011 – 2012 en ook nog in het jaar daarop volgend zal het gebouw van basisschool de Brink en buurthuis de Brink worden verbouwd tot een multifunctionele accommodatie voor de Boswijk, een MFA.
In het verbouwde gebouw zullen dan zitten:
- de school
- de peuterspeelzaal en SKL
- het buurthuis
- de kinderopvang van SKL
- de wijkagent
- het wijkloket van de gemeente Lelystad
- het consultatiebureau en de GGD houden er een inloopspreekuur
- Stichting Welzijn

In de loop van de tijd is het goed mogelijk, dat er nog meer instanties onderdak vinden in de nieuwe MFA.

Maar de school houdt niet op om 15:15 uur. In nauwe samenwerking met het buurthuis, de Kubus, het sportbedrijf en Stichting Welzijn worden tal van activiteiten aan de kinderen aangeboden na schooltijd. De kinderen kunnen, na toestemming van de ouders, inschrijven op deze activiteiten.


3 De directie
Zeger van der Houwen directeur
Willy van Veen adjunct directeur


4 Schoolgrootte
Aantal leerlingen (1 oktober 2010): 93
Aantal medewerkers: 8 groepsleerkrachten
2 onderwijsassistenten
1 leerkracht bewegingsonderwijs


5 Missie en uitgangspunten
OBS de Brink is al 25 jaar een buurtschool in de Boswijk:
• waar kinderen met plezier naar school gaan;
• waar een ruim onderwijsaanbod plaatsvindt;
• waar rekening gehouden wordt met de individuele verschillen van kinderen;
• een school voor iedereen;
• multicultureel, waarbij leerlingen, ouders en leerkrachten respect tonen voor elkaar;
• waar ruimte is voor vieringen, tradities, gewoonten, rituelen en geloofsovertuigingen;
• met ruime mogelijkheden voor ouderparticipatie.


6 Schoolorganisatie
Onze school kent jaargroepen, d.w.z. dat de leerlingen naar leeftijd worden ingedeeld. Voor het cursusjaar 2011 - 2012 zal de indeling als volgt zijn:
• 4- en 5-jarigen groep 1/2
• 6- en 7 jarigen groep 3
• 7- en 8-jarigen groep 4/5
• 8- en 9-jarigen groep 4/5
• 9- en 10-jarigen groep 6
• 10- en 11-jarigen groep 7/8
• 11- en 12-jarigen groep 7/8

Vanwege de verdeling van het aantal leerlingen is besloten enkele groepen te combineren; 1/2, 4/5 en 7/8.

De groepen 1 t/m 3 noemen we de voorbouw, de groepen 4 t/m 6 de middenbouw en de groepen 7 en 8 de bovenbouw. Het kan voorkomen dat kinderen vanwege een tragere ontwikkeling in een lagere groep worden geplaatst. Mochten kinderen een snellere ontwikkeling doormaken dan kan de afweging plaatsvinden om een kind in een hogere groep te plaatsen.
Door de gevolgde indeling is de gemiddelde groepsgrootte 20 leerlingen. In het kader van meer zorg voor jongere kinderen hebben we op sommige momenten in de week een dubbele bezetting van leerkrachten in de groepen ½ en 4/5.


7 Algemeen
7.1 Het schoolbestuur
Onze school is onderdeel van de Stichting SchOOL (Stichting Scholengroep Openbaar Onderwijs Lelystad). Deze stichting bestaat sinds 31 december 2010. Het bestuur wordt gevormd door een 5-koppige Raad van Toezicht en een College van Bestuur (CvB). Het CvB legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht. Dit College wordt gevormd door de heer A. van der Velde (voorzitter) en de heer J. Guldemond (lid). Zij zijn verantwoordelijk voor 19 basisscholen, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Het betreft in totaal 4500 leerlingen en 500 medewerkers. Het College van Bestuur wordt ondersteund door een bestuursbureau. De medewerkers van dit bureau helpen in beleidsvoorbereidende, informerende en adviserende zin bij de uitvoering van de taken. De stichting is gehuisvest aan de Zilverparkkade 86, 8232 WK Lelystad (postadres: postbus 2451, 8203 AL). Allen zijn bereikbaar via het algemene nummer 0320 279500. Zie ook www.openbaarprimaironderwijs.nl.


7.2 Samenstelling team
Op de Brink kennen we de volgende functies:
• directeur
• adjunct-directeur
• groepsleerkracht
• onderwijsassistent
• LIO (leraar in opleiding)
• stagiaire
• RT/IB (als taak)
• Coördinator taal

De Brink wordt geleid door de directeur, 16 uur beschikbaar, en de adjunct-directeur met lesgevende taken; 32 uur beschikbaar. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de directeur. Het team is een mix van beginnende en zeer ervaren leerkrachten.
Het team is niet in dienst van de school, maar in het kader van een bestuursaanstelling in dienst van het Openbaar Primair Onderwijs Lelystad.
Sinds het schooljaar 2006 - 2007 is de school aangesloten bij het mobiliteitscentrum. Vanuit dit centrum wordt vervanging/verlof geregeld. Het mobiliteitscentrum garandeert, dat in 95/98% van de verzoeken voor vervanging kan worden voldaan.


8 De ontwikkeling van het onderwijs in de school
8.1 Kwaliteitszorg
De Brink kent twee soorten kwaliteitszorg. De interne kwaliteitszorg; dat zijn rapporten, registratie van vorderingen van kinderen, procedures, afspraken enz.
De externe kwaliteitszorg; dat is het schooltoezicht door de onderwijsinspectie.
Het doel van kwaliteitszorg is het bewaken en verbeteren van het product onderwijs.

De kwaliteitszorg richt zich op een bepaald onderwerp; bijvoorbeeld leeropbrengsten, contacten met ouders, zelfstandig werken, besteding budgetten enz. Feitelijk is kwaliteitszorg in het onderwijs het afleggen van verantwoording aan ouders en maatschappij.
Om de kwaliteit van het onderwijs in brede zin te bewaken en te verbeteren is gekozen voor een kwaliteitsinstrument, die de vier domeinen van het onderwijs in een bepaalde periode, uitstrekkend over een periode van minimaal 4 jaar meet.
Deze vier domeinen zijn:
• onderwijsleerproces;
• opbrengsten;
• schoolcondities;
• eigen specifieke onderwerpen.

De domeinen zijn weer onderverdeeld in een groot aantal onderwerpen. De operationalisering van kwaliteitszorg laat zich vertalen in zes fasen:
• onderwerp kiezen;
• kwaliteit beschrijven;
• kwaliteit beoordelen;
• analyse van gegevens;
• eventueel: verbeterplan opstellen en realiseren;
• borging in de schoolorganisatie.

De Brink gebruikt het instrument: Werken met Kwaliteitskaarten, om de kwaliteit te meten, voor het bewaken van de interne kwaliteit. Extern wordt gebruik gemaakt van het Inspectieverslag.
In het schoolplan 2011 - 2015 staat beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het verbeteren en borgen van de kwaliteit van de Brink. Elk jaar wordt de kwaliteit beschreven in het jaarverslag.

Concreet betekent kwaliteitszorg ook het werken met behulp van moderne leermethoden. Bij het kiezen van een methode worden vragen gesteld als: kunnen kinderen goed leren met behulp van deze methode, is het materiaal aantrekkelijk en past het binnen de onderwijsvisie van de Brink.

Nog belangrijker dan methoden, zijn de mensen die er werken. Aan hen vertrouwt u uw kind toe. Zij zorgen ervoor dat de school een veilige en vertrouwde omgeving voor uw kind is en dat de methoden zinvol worden gebruikt.


8.2 De organisatie van het onderwijs
De Brink telde op 1 oktober 2010, de officiële teldatum, 93 leerlingen. In de loop van het schooljaar 2011 - 2012 zal dat aantal doorgroeien tot even boven de 100.

Directeur Zeger van der Houwen
Adjunct directeur Willy van Veen
Groepsleerkrachten Irina Adam (groep 1/2)
Jenneke Siebert (groep 1/2 én groep 3)
Annie Steeghs (groep 3)
Mana Majdandzic (groep 4/5)
Marianne van Dalen (groep 4/5)
Angela de Hollander (groep 6)
Andrea Witkamp (groep 6)
Chequita Kramer (groep 7/8)
Willy van Veen (groep 7/8)

RT-er/IB-er Andrea Witkamp
Bewegingsonderwijs Sander van Brussel
Taalcoördinator Annie Steeghs

Onderwijsassistenten Laura van Weezep
Martine van der Heyden


8.3 Groepering
De kleuters zitten in een heterogene groep; dat wil zeggen leeftijden door elkaar; 4, 5, 6 jarigen. De groepen 4 en 5 zijn gecombineerd; de groepen 3 en 6 zijn apart en de groepen 7 en 8 zijn gecombineerd. De combinaties, behalve de groepen 1/2, hebben te maken met de leerlingenaantallen van deze groepen.
8.4 Groepsgrootte
De gemiddelde groepsgrootte voor scholen als de onze is in de groepen
5 t/m 8 rond de 20 leerlingen. In de groepen 1 t/m 4 streven we naar een gemiddelde groepsgrootte van 20 leerlingen. De groepsgrootte is een gemiddelde en geen maximale en is afhankelijk van het aanbod van het aantal leerlingen per groep per jaar.


8.5 Organisatie zorg voor leerlingen met speciale behoeften
Op school proberen we integrale leerlingenzorg gestalte te geven.
Dat betekent zorg voor die leerlingen die dat nodig hebben. Voor leerlingen, die behoefte hebben aan kleinere stapjes en voor leerlingen die sneller door de leerstof kunnen.
Het leerlingvolgsysteem werkt volgens het schema: signaleren, diagnosticeren, handelen, evalueren. Alle kinderen vanaf vierjarige leeftijd krijgen enige keren per jaar een toets. Deze toets geeft ons informatie over het onderwijs op onze school, vergeleken met andere scholen. De volgende stap is diagnosticeren. Kinderen die opvallen worden nader onderzocht. Dan wordt een handelingsplan geschreven. Daarin staat welke ondersteuning het kind in of buiten de klas nodig heeft. Na een periode van zes weken wordt het handelingsplan geëvalueerd: de evaluatie. De organisatie van de extra zorg is in handen van de intern coördinator zorg.


8.6 De schoolregels van de Brink
Het onderwijs gaat ervan uit, dat kinderen respect zullen tonen wanneer men hen respectvol benadert, dat houdt onder meer in, dat ook kinderen zich dienen te houden aan de gedragscodes. Om een paar voorbeelden te noemen: zuinig omgaan met de spullen van jezelf en van een ander, maar ook: niet rennen in de gangen, je houden aan het internet protocol, geen schuttingwoorden gebruiken enzovoort.
In dit verband wordt ook het pestprotocol genoemd. Daarin zijn afspraken opgesteld hoe met pesten op school wordt omgegaan. Het protocol is een bijlage in deze schoolgids, het staat ook op de website. We vragen ook de medewerking van ouders om in goede samenwerking het pestgedrag op school aan te pakken.
Op de Brink leren de kinderen niet alleen, maar, nog belangrijker, ze ontwikkelen er ook hun persoonlijkheid door samen te werken met anderen, zelfvertrouwen op te bouwen en zelfkennis te verwerven.
Schoolregels moeten gerespecteerd worden. Bij overtreding wordt over het waarom van de regel gepraat. Het begrijpen van de regel staat voorop, niet de regel zelf.


9 De leerkrachten
9.1 Wijze van vervanging bij ziekte, verlof of scholing
In geval van ziekte, verlof of scholing wordt aan het mobiliteitscentrum, waarbij de school is aangesloten, verzocht voor een invaller te zorgen. Indien er geen invaller beschikbaar is, wordt de groep opgevangen volgens een protocol. Zie bijlage bij deze schoolgids.

• ziekmelding bij de adjunct-directeur voor 07:30 uur;
• ziekmelding aan het bestuursbureau Openbaar Onderwijs;
• invaller wordt opgeroepen via het mobiliteitscentrum van de IJsselgroep;
• indien géén invallers beschikbaar: vervangingsprotocol treedt in werking;
• de groep van de afwezige leerkracht wordt opgevangen door een leerkracht die geen groep heeft (RT-er, IB-er, directielid);
• in alle groepen ligt een noodpakket klaar;
• indien ook geen leerkracht beschikbaar is, worden leerlingen over andere groepen verdeeld;
• wanneer meerdere leerkrachten afwezig zijn, worden de groepen bij toerbeurt naar huis gestuurd (mocht dit problemen opleveren, neem dan contact op met de schoolleiding).


9.2 Compensatieverlof
Een leerkracht die volledig werkt heeft op jaarbasis recht op compensatie, buiten de reguliere schoolvakanties. Een en ander is afhankelijk van het aantal lesgebonden uren dat de leerkracht maakt op jaarbasis. De maximale lestijd is 930 uur. Indien een leerkracht meer dan dat aantal uren maakt wordt zij in aantal lesuren gecompenseerd.
Compensatie wordt in overleg met de medezeggenschapsraad ingeroosterd, waarbij het belangrijkste criterium is, dat de continuïteit van het onderwijs voorop staat. De meeste leerkrachten hebben één dag compensatie binnen een bepaalde periode. De compensatie wordt zoveel mogelijk binnen het reguliere team opgevangen.


9.3 Onderwijsondersteunend personeel
Op MBO-niveau kunnen onderwijsassistenten ondersteunend werk verrichten.
Indien de formatie dat toelaat, momenteel is dat niet het geval, kan een conciërge worden aangesteld of administratieve ondersteuning worden ingehuurd.


9.4 Stagiaires en LIO-ers
Als school hebben we vooral contacten met de Hogescholen van Amsterdam, Utrecht, Zwolle en Almere.
Om toekomstige leerkrachten op te kunnen leiden is het noodzakelijk dat zij praktijkervaring op doen. Zij lopen stage in de eerste drie jaar. In het vierde jaar, na theoretische afronding van hun studie, doen zij praktijkervaring op als betaalde leerkracht in opleiding. Dat gebeurt onder supervisie van de groepsleerkracht, die dan optreedt als mentor.
De leerkrachten begeleiden de stagiaires en LIO-ers en stellen aan het eind van de periode een rapport op.


9.5 Scholing van leerkrachten
Onze school heeft een meerjaren-nascholingsplan opgesteld, gebaseerd op het schoolplan 2011 - 2015.

Scholingsonderwerpen in het schooljaar 2011 - 2012 zijn: analyseren van toetsgegevens van de toetsen van het Cito en de toetsen van de methoden behorende bij taal/rekenen/lezen/spelling.
Scholing leerkrachten in gebruik van leerlijnen rekenen en rekendidaktiek. Centraal staat de deskundigheidsbevordering op het gebied van taal/lezen/woordenschat. Met de leerkrachten wordt bezien in hoeverre de actieve betrokkenheid van ouders bij het onderwijs is te vergroten.
In het kader van de bredeschool ontwikkeling wordt gestart met een taalprogramma gericht op ouders.


9.6 Arbeidsdeelname allochtonen
Het beleid van het bestuur is er op gericht meer allochtone werknemers in dienst te nemen. Tot op heden is het nog niet gelukt de streefcijfers in overeenstemming te brengen met de wettelijke situatie.

Bij het realiseren van de streefcijfers voor de categorie allochtonen wordt onderscheid gemaakt naar de volgende personeelscategorieën:
• Onderwijspersoneel:
De streefcijfers voor allochtone onderwijsgevenden zijn door de gemeente bepaald op 5% van het totale personeelsbestand.

• Onderwijsondersteunend personeel:
De streefcijfers voor allochtone OOP-werknemers zijn door de gemeente bepaald op 15% van het totale personeelsbestand.

De realisering van de streefcijfers geldt voor iedere personeelscategorie afzonderlijk. Als naar de mening van de benoemingsadviescommissie op enig moment in de selectieprocedure geen uitvoering gegeven kan worden aan het doelgroepenbeleid, doet zij een gemotiveerd verzoek aan het bestuur om hiervan af te mogen wijken. Verdere procedure-afspraken rond werving en selectie van personeel zijn te vinden in het personeelsbeleidsplan.


9.7 Evenredige vertegenwoordiging vrouwen in de schoolleiding
Op 7 maart 1997 is de “Wet evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs” van kracht geworden. De wet regelt dat besturen van onderwijsinstellingen een document opstellen waarin zij aangeven op welke wijze zij het aantal vrouwen in leidinggevende functies willen vergroten. Het bevoegd gezag van de openbare scholen in de gemeente Lelystad heeft in de afgelopen jaren een actief beleid gevoerd om meer vrouwen te benoemen in leidinggevende functies. Ondanks deze inspanningen is er echter nog geen sprake van een evenredige vertegenwoordiging.

9.8 Medezeggenschapsraad
De medezeggenschapsraad bestaat dit schooljaar uit twee mensen namens de geleding ouders en twee mensen namens de geleding onderwijspersoneel.
De MR is het enige wettelijk verplichte orgaan dat, krachtens de wet medezeggenschap onderwijs, aan de school verbonden is. De leden van de MR worden rechtstreeks gekozen, het aantal leerkrachten (geleding personeel) en het aantal ouders (geleding ouders) moet in balans zijn.

Zij hebben zitting voor een periode van twee jaar, treden na hun zittingsperiode tegelijk af en zijn terstond herkiesbaar.

De MR heeft advies- en instemmingsrecht op een aantal gebieden, zoals:
• veiligheid
• gezondheid
• leerlingen
• ouderparticipatie
• schoolplan
• wijziging beleid t.a.v. schoolleiding
• onderwijskundige inrichting van de school
• besteding van middelen t.b.v. de school
• uitbreiding schoolwerkzaamheden
• stagiaires
• taakverdeling personeel
• aanstelling en ontslag personeel
• inkrimping
• onderhoud
• schoolgids

Uitgebreide informatie over bevoegdheden en taakstelling kunt u vinden in het reglement van de MR en het huishoudelijk reglement welke op school ter inzage liggen.
Minstens twee keer per jaar wordt de MR in de gelegenheid gesteld de algemene gang van zaken in de school te bespreken met een vertegenwoordiger van het schoolbestuur.
De leden van de MR willen een goed contact met de ouders/verzorgers van onze leerlingen, en zijn graag bereid uw vragen, opmerkingen en suggesties aan te horen en te beantwoorden. Neemt u dus gerust contact met hen op.
De MR bestaat uit de volgende personen:
oudergeleding: teamgeleding:
mevrouw Marijke Visser mevrouw Annie Steeghs
mevrouw Janet v/d Hoven mevrouw Angela de Hollander


9.9 GMR
Bovenschoolse zaken betreffende medezeggenschap worden in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de GMR, besproken.


10 De resultaten van het onderwijs
Onze school wil alle leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden op het voortgezet onderwijs.
De meeste van onze leerlingen stromen uit naar één van de (openbare) scholengemeenschappen in Lelystad. De scholengemeenschappen zijn ‘brede’ scholen, die opleidingen verzorgen voor LWOO, VMBO, HAVO en VWO.
Elke scholengemeenschap start met de basisvorming gedurende de eerste twee schooljaren. Tijdens de basisvorming wordt meestal ook de keuze voor het niveau van het vervolgonderwijs gemaakt.
Voor de rapportage naar het voortgezet onderwijs wordt gebruik gemaakt van het onderwijskundig rapport.

Als een kind meer en extra hulp nodig heeft en een extra steuntje in de rug nodig heeft op weg naar een Voortgezet Beroeps Diploma kan het Leerweg Ondersteunend Onderwijs (LWOO) voor uw kind een goede plek zijn.
Als een kind meer of extra zorg behoeft en het kind onvoldoende baat heeft bij de extra zorg van het reguliere voortgezet onderwijs kan het worden aangemeld bij het speciaal voortgezet onderwijs (SVO). Voor toelating naar beide vormen bestaan wettelijke procedures. Hierover wordt u, als dit van toepassing op uw kind is, uiteraard door ons goed en tijdig geïnformeerd.

Indien een kind de aanleg, de interesse en de capaciteiten daarvoor heeft, kan het in de 2e fase van het voortgezet onderwijs, op HAVO-VWO niveau terechtkomen. Daar worden de leerlingen d.m.v. allerlei werkvormen voorbereid op een studie op HBO of WO-niveau.

Het leesonderwijs in groep 3 blijft iets achter t.o.v. de norm. E.e.a. is verklaarbaar, omdat er slechts drie kinderen in groep 3 zitten. Wat vooral enige zorg baart zijn de resultaten van spelling in groep 7 en 8. Onder de norm wat betreft de middentoetsen. Met het zogenoemde tienstappenplan zal het spellingsonderwijs worden geïntensiveerd. Taal voor Kleuters in zowel groep 1 als groep 2 blijft achter bij de norm. De taalvaardigheid van instromende kleuters is problematisch. Wel is het deels mogelijk om met intensieve taalprogramma’s als Kaleidoscoop deze achterstand deels in te halen en te verkleinen t.o.v. de norm.

De resultaten van de eindtoetsen in de opeenvolgende jaren zijn:
2009 : 536,6
2010 : 540,4
2011 : 541,0

De eindtoetsen van het jaar zijn nog niet bekend, maar de verwachting voor het schooljaar 2011 – 2012 is dat de opbrengsten in de groepen 3 en 7 en 8 verbeterd zijn. Mede op grond van het gegeven, dat de leerkrachten de komende twee jaar in opbrengstgericht werken worden geschoold.

De eindopbrengsten na acht jaar onderwijs liggen nu drie achtereenvolgende jaren boven het landelijk gemiddelde.
Veranderingsdoelen
In het schooljaar 2010 – 2011 waren de belangrijkste doelen:
- Opbrengstgericht werken met rekenen en de groepsdidactiek op drie niveaus.
Niet alle subdoelen zijn gehaald; vooral blijkt het moeilijk te zijn om op drie niveaus te werken in een combinatieklas. In het schooljaar 2011 – 2012 zal verder gegaan worden met opbrengstgericht werken in relatie tot rekenen.
- Kansrijke Taal borgen in de groepen.
Aandachtspunten zijn:
• elkaar blijven informeren; zowel informeel als tijdens teamvergaderingen over het werken in hoeken;
• positief is dat de groepen 1 t/m 4 heterogeen werken bij het werken in hoeken;
• de groepen 5 t/m 8 werken separaat aan dit taalonderdeel. Opvallend is dat het niveau van taaluitingen in de groepen 7 en 8 tegenvalt. Te weinig schriftelijke verwerking;
• in het schooljaar 2011 – 2012 zal Kansrijke Taal regelmatig in het team worden besproken om op die wijze een punt van aandacht te blijven.
- Woordenschat.
De 4-taktmethode wordt in de groepen gebruikt. Woordenschat blijft een punt van aandacht. Ook in het schooljaar 2011 – 2012 zal elke dag met woordenschatuitbreiding worden gewerkt en als zodanig in het activiteitenplan worden vermeld.
- Begrijpend Lezen.
De zeven strategieën van begrijpend lezen worden in alle groepen toegepast. Tevens is er een transfer naar andere vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkennis.
Volgend schooljaar zal gewerkt worden met de volledige Nieuwsbegrip, dus inclusief XL, de huidige methode Goed Gelezen wordt alleen nog gebruikt voor die onderdelen die evidence based zijn.
- Leerlingenzorg.
De groepsplannen worden op drie niveaus uitgewerkt.
Vier maal per jaar wordt een groepsplan met leerlijnen voor de kernvakken geschreven.
De analyse en evaluatie van de groepsplannen is nog onvolledig.
Inmiddels werken alle groepen met hetzelfde format.
Voor volgend schooljaar geldt dat de analyse en evaluatie van de groepsplannen verbeterd dient te worden. Het team krijgt daartoe scholing met de focus op opbrengsten en analyses van toetsen; zowel methode- als niet methodegebonden.
- Sociaal-emotionele vorming.
Het LOVS van Scol is ingevoerd. Het eerste onderzoeke is afgenomen en geeft een globaal beeld van de schoolbevolking.
In de volgende schooljaren zullen op basis van de uitslagen van de Scol groepsgedragsplannen worden opgesteld.


10.1 Leerplicht en verzuim
Leerplicht geldt voor alle kinderen die in Nederland verblijven.
Een kind van vier jaar is nog niet leerplichtig.
Een kind moet naar school op de eerste schooldag na de maand waarin hij of zij vijf jaar is geworden.
De meeste kinderen gaan overigens al naar school zodra zij vier jaar zijn, maar mogen 2 weken voor hun vierde verjaardag 4 dagdelen komen proefdraaien.
De volledige leerplicht duurt tot en met het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt. Daarna is de leerplicht niet helemaal afgelopen. De leerling zal gedurende 1 jaar nog minimaal 2 dagen per week aan de zogenoemde partiële leerplicht moeten voldoen door onderwijs te volgen op een instelling.
Als een leerling reden heeft om te verzuimen, moet de ouder/verzorger dat altijd aan de school melden. In de regel beoordeelt de schooldirectie of er sprake is van een gegronde reden voor verzuim. Bij ongeoorloofd schoolverzuim moet de directie daarvan melding maken bij de leerplichtambtenaar van de gemeente die een proces verbaal kan opmaken met juridische gevolgen.
Vrijstelling van leerplicht en of schoolbezoek is in een aantal gevallen mogelijk. Te denken valt daarbij aan een situatie waarin ouders/verzorgers door hun werk niet in de gelegenheid zijn om binnen de schoolvakantie er op uit te gaan. U dient zich daarvoor in eerste instantie te vervoegen bij de directie van de school.
Ook bij spijbelen speelt de leerplichtambtenaar een rol en kan sancties opleggen.


10.2 Toelating c.q. niet toelating
Zoals in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) bepaald is, beslist het bevoegd gezag over de toelating van leerlingen. In de praktijk beslist de directie over toelating. Niet–toelating van een leerling op de basisschool komt nauwelijks voor. Indien dit aan de orde is, bijv. bij vrees van ernstige verstoring van de rust of veiligheid op een school door een leerling, zal het besluit tot niet-toelating door het bevoegd gezag genomen dienen te worden en niet door de directie van de school. Indien een leerling wordt geweigerd, moeten de redenen schriftelijk aan de ouders worden meegedeeld. In de wet is geen bepaling opgenomen, die een verplichting voor het bevoegd gezag inhoudt een (elders geweigerde) leerling toe te laten. Indien het gaat om een leerling afkomstig van een school voor speciaal basisonderwijs, vindt de overgang slechts plaats in overleg met de ouders en het bevoegd gezag van de desbetreffende school.


10.3 Schorsing
Schorsen is feitelijk een vorm van tijdelijke verwijdering. Wanneer tot een schorsing moet worden overgegaan, is er vaak voldoende gelegenheid en tijd om een procedure als bij verwijdering te volgen. Schorsing zal in overleg met het bevoegd gezag dienen te geschieden en zal schriftelijk met opgaaf van reden bevestigd moeten worden. Ouders zullen gehoord moeten worden. De inspecteur van het onderwijs, het schoolbestuur en de leerplichtambtenaar worden in kennis gesteld. Bij schorsing dient een tijdsduur aangegeven te worden. De schorsing mag maximaal een week bedragen. Meestal wordt de betreffende leerling na een goed gesprek met ouders/verzorgers, waarin afspraken worden gemaakt over de voorwaarden waaronder hij/zij weer naar school kan gaan, weer toegelaten.

10.4 Verwijdering
Een besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt op voorstel van de directie van de school door het bevoegd gezag genomen. Bij verwijdering van een leerling dient het bevoegd gezag de betrokken groepsleraar en de ouders van de leerling te horen. Het voorstel voor verwijdering zal meestal afkomstig zijn van de directie van de school. Verwijdering kan ook plaatsvinden op grond van wangedrag van één van de ouders van de leerling. Bij wangedrag van ouders is het ook mogelijk hen (tijdelijk) de toegang tot de school te ontzeggen.


10.5 Verlof en verzuim
Als reden voor het verlenen van bijzonder schoolverlof mogen in aanmerking worden genomen:
• huwelijk van verwanten in 1e, 2e of 3e graad;
• huwelijksjubilea van verwanten in de 1e of 2e graad;
• het 25- en 40-jarig ambtsjubileum van verwanten in de 1e of 2e graad;
• het overlijden van verwanten in de 1e, 2e of 3e graad;
• gezinsuitbreiding en verhuizing.

Vakantieverlof kan worden verleend als door een werkgeversverklaring kan worden aangetoond dat één van de ouders in de normale schoolvakantie geen verlof op kan nemen, of als door een medische verklaring hiervoor de noodzaak kan worden aangetoond. De schoolvakanties worden vastgesteld door het schoolbestuur, de studiedagen door de directie. Het willen vermijden van de drukte op de wegen of het gebruik willen maken van goedkope vakantieaanbiedingen zijn geen voldoende gewichtige redenen voor verlof. Ouders worden dringend verzocht aparte vakanties zoveel mogelijk te beperken. Het komt het onderwijs niet ten goede, het onderbreekt het leerproces en is derhalve niet in het belang van het kind. De directeur is verplicht ongeoorloofd afwezig zijn te melden bij de leerplichtambtenaar.

Voor verlof is toestemming vereist van de directeur. Formulieren voor het aanvragen van verlof zijn verkrijgbaar bij de directie.
De school verzoekt ouders in geval van verzuim dit zo snel mogelijk te melden, zodat bekend is wat de reden van afwezigheid van uw kind is. Dit gebeurt bij voorkeur telefonisch voor schooltijd of d.m.v. het meegeven van een briefje (via broertje of zusje).


10.6 Ziekte van leerling
Wanneer een leerling ziek is, moet dit direct bij de school gemeld worden.

Indien de leerling langere tijd niet naar school kan komen, gaat de school samen met de ouders/verzorgers bekijken hoe we het onderwijs, rekening houdend met de ziekte, kunnen voortzetten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de deskundigheid van een consulent onderwijsondersteuning ziekte leerlingen. Voor leerlingen opgenomen in een academisch ziekenhuis zijn dat de consulenten van de educatieve voorziening. Voor alle andere leerlingen betreft het de consulenten van de onderwijsbegeleidingsdienst.

Het is de wettelijke plicht om voor elke leerling, ook als hij/zij ziek is, te zorgen voor goed onderwijs. Daarnaast vindt de school het minstens zo belangrijk dat de leerling in deze situatie contact blijft houden met de klasgenoten en de leerkracht. De leerling moet weten en ervaren dat hij/zij ook dan meetelt en erbij hoort.

Het continueren van het onderwijs, aangepast aan de problematiek, is o.a. belangrijk om leerachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en sociale contacten zo goed mogelijk in stand te houden.

Wanneer u meer wilt weten over onderwijs aan zieke leerlingen, dan kunt u informatie vragen aan de leerkracht en/of intern begeleider. Ook kunt u informatie vinden op de website van Ziezon (www.ziezon.nl), het landelijke netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.


10.7 Veiligheid op school
De huidige maatschappelijke ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat veiligheid, in brede zin, een belangrijk thema is binnen scholen. De rijksoverheid vindt een integraal en samenhangend veiligheidsbeleid een belangrijke doelstelling binnen het onderwijs. Dat betekent dat ook onze school op grond van artikel 4 uit de arbeidsomstandighedenwet een veiligheidsplan voor fysieke en sociale veiligheid moet ontwikkelen.

Voor een deel is het veiligheidsbeleid al in uitvoering. Gewezen wordt in dit verband op een brandveiligheidsplan met een ontruimingsplan en regelmatige oefeningen. Ook is er een veiligheidscontrole wat betreft asbest. In de schoolgebouwen van de Brink is dat niet aangetroffen. De Brink werkt mee aan legionella-preventie en de richtlijnen en controles, die worden uitgevoerd om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. De Brink heeft op basis van de uitvoering van dat beleid een gebruikersvergunning ontvangen. De incidenten en de controles worden bijgehouden in een speciaal logboek, zodat altijd verantwoord kan worden op welke wijze aan de preventie van fysieke veiligheid is gewerkt.
In geval van ongelukken heeft de Brink medewerkers in dienst, die in het bezit zijn van het diploma bedrijfshulpverlener.

Wat betreft de sociale veiligheid zijn er omgangsregels voor de kinderen, een anti-pestprotocol, een protocol internetgebruik en een protocol kindermishandeling. Tevens zijn er mogelijkheden, zowel in- als extern, om klachten te uiten; zie ook paragraaf 10.8.
Om pro-sociaal gedrag bij de kinderen en medewerkers te bevorderen wordt deelgenomen aan het programma Leefstijl.

Om het veiligheidsbeleid efficiënt te kunnen uitvoeren is feitelijk een integraal schoolveiligheidsplan nodig. In de komende tijd wordt aan dit document gewerkt.

10.8 Klachten en klachtenregeling
Wanneer u een klacht heeft over de school kunt u daarover het beste in eerste instantie contact opnemen met de groepsleerkracht of de directie van de school. Veelal zal dit tot een oplossing leiden.
Indien dat niet zo is kunt u over uw klacht in gesprek gaan met de contactpersoon binnen school die u kan doorverwijzen naar het schoolbestuur. U belt of maakt in dat geval een afspraak met een medewerker van de afdeling openbaar onderwijs die u verder zal helpen. Mocht de klacht naar uw mening intussen onvoldoende zijn opgelost dan bestaat de mogelijkheid dat de externe vertrouwenspersoon wordt gevraagd in de situatie in eerste instantie te bemiddelen of daarna door te geleiden naar een officiële klachtenprocedure.
Wanneer de bemiddelende gesprekken namelijk niet tot een bevredigende oplossing leiden kunt u een formele schriftelijke klacht conform de Klachtenregeling openbaar onderwijs Lelystad (ter inzage op school) bij het schoolbestuur of de Landelijke Klachtencommissie indienen. Na een uitgebracht advies door deze commissie zal het schoolbestuur uiteindelijk een beslissing nemen.
Voor strafrechtelijke aangelegenheden wordt door het schoolbestuur overigens een andere procedure gevolgd.

Contactpersoon school : mevrouw C. Kramer en mevrouw J. Siebert
Stichting SchOOL : K. Visser (telefoon 0320 279500)


10.9 Jeugdgezondheidszorg
De Jeugdgezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid en ontwikkeling, zowel lichamelijk als psychosociaal, van alle kinderen en jongeren te beschermen, te bevorderen en te bewaken.

In zowel groep 2 als in groep 7 voeren de jeugdverpleegkundigen van de afdeling JGZ een Preventief Gezondheidsonderzoek (PGO) uit. Indien mogelijk, vinden deze onderzoeken op de school plaats. Het doel van deze onderzoeken is het beoordelen van de gezondheidstoestand, de groei en ontwikkeling (zowel lichamelijk als psychosociaal) van uw kind

Ouders/verzorgers/jeugdigen kunnen zelf ook bij de afdeling Jeugdgezondheidszorg terecht voor vragen over de groei en ontwikkeling van hun kind/henzelf, maar ook voor vragen op het gebied van opvoeding, gedrag, verzorging en leefstijl (genotmiddelen, seksualiteit).

De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Flevoland is telefonisch bereikbaar op werkdagen van 08:30 tot 12:30 uur via telefoonnummer 088 0029920. Overige informatie over de diensten van de afdeling JGZ, maar ook een breed scala aan folders, is terug te vinden op de website: www.ggdflevoland.nl.


De GGD voert jeugdgezondheidszorg uit in alle gemeenten van Flevoland en werkt samen met andere instellingen binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Bezoekadres GGD Lelystad: Centrum voor Jeugd en Gezin:
Noorderwagenstraat 2 www.cjglelystad.nl
8223 AM Lelystad telefoon: 0320 231111


10.10 Vakanties en studiedagen

herfstvakantie 17 t/m 21 oktober 2011
kerstvakantie 26 december 2011 t/m 6 januari 2012
voorjaarsvakantie 27 februari t/m 2 maart 2012
Goede Vrijdag & Pasen 6 april t/m 9 april 2012
Meivakantie 30 april t/m 4 mei 2012
Hemelvaart 17 & 18 mei 2012
Pinksteren 28 mei 2012
zomervakantie 23 juli t/m 31 augustus 2012


Studiedagen team; vrije dagen hele school:
donderdagmiddag 22 september 2011
woensdag 28 september 2011
maandag 11 juni 2012

Compensatiedagen in verband met arbeidsduurverkorting:
vrijdag 7 oktober 2011 groepen 1/2, 3 en 4 hele dag vrij
vrijdag 2 december 2011 groepen 1/2, 3 en 4 hele dag vrij
vrijdag 3 februari 2012 groepen 1/2, 3 en 4 hele dag vrij
vrijdag 30 maart 2012 groepen 1/2, 3 en 4 hele dag vrij
vrijdag 22 juni 2012 groepen 1/2, 3 en 4 hele dag vrij

Studiedagen zijn onder voorbehoud van wijzigingen.


10.11 Berekening lesuren 2011 - 2012
Het schooljaar loopt van 1 oktober 2011 tot en met 30 september 2012.

Wettelijk aantal minimumlesuren onderbouw: 880 uur
Wettelijk aantal minimumlesuren bovenbouw: 1000 uur

a = aantal werkbare maandagen, dinsdagen, donderdagen, vrijdagen 157 dagen
b = aantal werkbare woensdagen 39 dagen

a = werkdag van 5,5 uur x 157 dagen 863,5 uur
b = werkdag van 3,75 uur x 39 dagen 146,25 uur

c = totaal aantal lesuren bovenbouw 1009,75 uur

d = totaal aantal lesuren onderbouw: 1009,75 – 39 x 2 (vrijdagmiddag) 931,75 uur

e = saldo onderbouw 931,75 – 880 51,75 uur


10.12 Doorgaande ontwikkelingslijn in de brede school.
De Brink kiest ervoor om een doorgaande ontwikkelingslijn in opvoeding en onderwijs voor de kinderen te organiseren.
Per leeftijdsfase maken kinderen een andere ontwikkeling door en bij iedere leeftijdsfase krijgt het kind te maken met verschillende maatschappelijke organisaties en voorzieningen.
Achterstand of uitval ontstaat vaak bij de doorgang van de ene naar de andere organisatie. Om te voorkomen dat achterstanden of uitval ontstaan, ontwikkelen de maatschappelijke partners op elkaar aansluitende programma’s tussen de verschillende schakels: van peuterspeelzaal en kinderdagverblijf tot aan het voortgezet onderwijs.
Hierdoor ontstaan kortere communicatielijnen en beter overleg. Men kan gebruik maken van elkaars kwaliteiten en er ontstaat een betere afstemming.

In de praktijk betekent dit het volgende:
• overdracht van consultatiebureau naar peuterspeelzaal;
• overdracht van peuterspeelzaal/kinderdagverblijf naar basisschool in samenwerking met de ouders;
• een kindvolgsysteem voor de peuterspeelzaal dat aansluit bij het leerlingvolgsysteem van de Brink;
• verkennen van elkaars aanbod, pedagogisch beleid en afstemming rond thema’s;
• doorlopende contacten met ouders;
• doorlopende taalontwikkeling in het kader van voor- en vroegschoolse-activiteiten;
• ouders betrekken bij het onderwijs van hun kind;
• de verlengde schooldag. In deze verlengde schooldag krijgen de kinderen activiteiten aangeboden op het terrein van: omgaan met computers, informatievoorziening, allerlei vormen van beweging, gezond koken, techniek, lezen en leesontwikkeling, kunstzinnige onderwerpen etc. Het streven is dat tijdens de schooltijd een onderwerp of thema wordt aangeboden en dat het in de verlengde schooldag verder wordt verdiept en verbreed.


10.13 De Brink als opvoedingsmilieu
De Brink is ook een opvoedingsmilieu. Het eerste is het gezin/de familie, het tweede de brede school, het derde de omgeving. Ouders hebben niet langer het monopolie op opvoeden. School en andere instanties spelen een steeds belangrijkere rol. In het belang van de kinderen zal er afstemming moeten komen van de beide opvoedingsmilieus. Ouders zijn partner in opvoeding en ontwikkeling voor de brede school.

De Brink wil zich ontwikkelen als centrum van het tweede opvoedingsmilieu, waarbij de school afstemt met andere opvoedingsmilieus als peuterspeelzalen, de tussenschoolse opvang, de naschoolse opvang; dat in het kader van het bredeschoolbeleid.

Het streven is dat de Brink als onderdeel van de wijk waarin de school ligt een steeds groter deel wordt van de pedagogische infrastructuur van de wijk
Als gevolg van economische en maatschappelijke overwegingen (emancipatie en integratie van ouders) vloeit voort, dat er ook buiten schooltijd goed aansluitende activiteiten zijn in tijd, bereikbaarheid en continuïteit van voorzieningen. Er zullen in samenwerking met de gemeentelijk aangestuurde bredeschoolactiviteiten dagarrangementen moeten worden ontwikkeld, die passend zijn voor de Brink.
Dit zijn activiteiten op het gebied van kunst, cultuur, sport, recreatie en welzijn.
In samenwerking met het sportbedrijf, de Kubus, de bibliotheek en stichting Welzijn worden steeds meer activiteiten ontwikkeld waar de kinderen na schooltijd aan mee kunnen doen.


10.14 Overblijven; tussenschoolse opvang
Het behoort tot de mogelijkheid om uw kind(eren) tussen de middag, in de lunchpauze, over te laten blijven. De overblijfregeling gebeurt onder verantwoordelijkheid van de school.
Opgeven voor het overblijven gebeurt bij de adjunct-directeur, mevrouw Van Veen.

De kinderen kunnen maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag overblijven.
De tarieven zijn: € 1,20 per losse overblijf
€ 20,00 voor een strippenkaart voor 19 keer overblijven

Tussen 11:45 en 13:15 uur zijn de overblijfmedewerkers aanwezig op school.

Indien er teveel kinderen overblijven en er te weinig mankracht is, kunnen de kinderen op een wachtlijst geplaatst worden.


10.15 Actief burgerschap en sociale integratie
Actief burgerschap betekent de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.

Voor actief burgerschap heb je sociale competenties nodig. Deze sociale competenties kun je alleen ontwikkelen in interactie met de omgeving: door te participeren. Participatie en betrokkenheid zijn sleutelbegrippen.

De Brink neemt deel aan het project van de gemeente Lelystad: Allemaal Opvoeders. Verwezen wordt naar beleidsplannen, de bredeschool in de Boswijk en de Brink als tweede opvoedingsmilieu.

Sociale competenties is het vermogen om adequaat te handelen in sociale situaties. Voor sociaal competent gedrag heb je sociale kennis, vaardigheden en attitude/houding nodig. Kennis verwijst naar wat je moet weten voor het tonen van sociaal competent gedrag. Vaardigheden verwijst naar wat je moet kunnen om dat gedrag te tonen; houding verwijst naar wat je moet willen en durven om dat gedrag te laten zien.

Uitgegaan wordt van acht gedragscategorieën:
- ervaringen delen
- aardig doen
- samen spelen/werken
- een taak uitvoeren
- jezelf presenteren
- een keuze maken
- opkomen voor jezelf
- omgaan met ruzie

Bovenstaande gedragscategorieën komen uitgebreid aan bod in het programma Leefstijl, wat in de groepen 1 t/m 8 wordt gebruikt.

Tevens wordt 2 x per jaar een instrument ingezet wat het sociaal welbevinden van de kinderen meet, de SCOL, de sociale competentie observatie lijst.


10.16 Veiligheidsbeleid
Wij willen dat onze school een veilige school is. Dat wil zeggen dat alle betrokkenen zich daar veilig en prettig kunnen voelen. Dat geldt voor leerlingen, leerkrachten, onderwijsondersteunend personeel, stagiaires en ouders. Onze missie is dat op onze school met plezier veel geleerd wordt. Dat kan alleen als iedereen zich op school prettig voelt. In een veilige school vertrouw je elkaar, respecteer je elkaar, heb je positieve verwachtingen van elkaar en werk je samen. Er is duidelijkheid over wat van jou verwacht wordt en wat je van elkaar kunt verwachten. We hebben een bovenschools veiligheidsplan. In dit plan staat beschreven wat het schoolbeleid ten aanzien van de veilige school inhoudt.
Wij hebben verder een aantal protocollen: omgaan met agressie en geweld, sexuele intimidatie, pestgedrag, gedragsregels, tevredenheidsonderzoek bij medewerkers, kinderen en ouders, incidentenaanpak en registratie, internetgebruik, schorsing en verwijdering, wat te doen bij ongevallen en overlijden en een ontruimingsplan. Deze protocollen liggen ter inzage voor ouders.


11 Wat uw kind zoal leert
Groep 1 – 2
De aanpak in groep 1/2 verschilt van die in de andere groepen. Elke dag wordt begonnen in de kring, daarna wordt er gespeeld en gewerkt aan tafels, in de hoeken, in de speelzaal en op het plein. Voor de jongste kinderen, de 4-jarigen, ligt de nadruk van het leren op gewenning, gewoontevorming en regelmaat; het leren gebeurt vooral door spelen. Bij de oudste kinderen, de 5-jarigen, heeft de leerkracht een meer sturende, ontwikkelingsgerichte aanpak. De meeste vakken komen in samenhang aan de orde aan de hand van bepaalde thema’s als ‘de winkel’, ‘poppenkast’, ‘ziek zijn – beter worden’, ‘herfst’, ‘vervoer’, etc.

We werken vanuit de methode ‘IK en KO’, een taalprogramma met vele thema’s die op een Kaleidoscopische manier worden verwerkt. Ieder kind wordt benaderd op zijn/haar niveau, maar ieder kind wordt ook uitgedaagd om actief mee te doen, waardoor het kind zich goed kan ontwikkelen. Doordat we nu werken met een onderwijsassistent hebben we meer tijd voor een persoonlijk gerichte aanpak. In de lessentabel (zie pagina 24) worden verschillende leer- en vormingsgebieden onderscheiden. Wie speelt in de poppenhoek is met taalontwikkeling bezig, wie speelt met een lotto leert getallen of kleuren en wie op een vel papier de golven van de zee tekent is bezig met voorbereidend schrijven. Op onze school is er veel aandacht voor taalvorming.

Bewegen staat in de groepen 1/2 dagelijks op het rooster. Er wordt gespeeld in het speellokaal, op het schoolplein en één keer per week in de grote gymzaal.

Aan de hand van observaties en het leerlingvolgsysteem wordt bepaald of een kind naar groep 3 kan. Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind er aan toe is; liever een kind langer in groep 2, dan jarenlang op de tenen de school doorlopen.

Groep 3
In deze groep leren we de kinderen lezen met behulp van de methode ‘Veilig Leren Lezen’. Bij ieder thema (verhaal) leren de kinderen zes woorden. Bij elk woord wordt speciaal aandacht besteed aan een letter. Na het aanbieden van een nieuw woord gaan de kinderen met dit woord spelen: Er wordt geoefend in het leesboekje, het werkboekje, het stempelboekje, met leesspelletjes en met de computer. Na enige uitleg kunnen de kinderen dit geheel zelfstandig doen en op eigen tempo/niveau verder gaan.

Het schrijven leren de kinderen met behulp van de schrijfmethode ‘Pennenstreken’. Deze methode sluit precies aan bij onze leesmethode. Ook bij het schrijven staat een letter centraal. Bij het woord maan wordt eerst de letter m geoefend. Pas als de kinderen ook de ‘aa’ en de ‘n’ hebben geoefend, wordt het gehele woord maan geschreven.

Als de kinderen in groep 3 komen, kunnen ze meestal al goed tellen en een paar kinderen herkennen ook al wat cijfers. We beginnen allereerst met de oriëntatie in de getallen 1 t/m 10. Wat betekent nu eigenlijk 0 of 4? Met allerlei materialen leggen we verschillende hoeveelheden. We oefenen rekenbegrippen (meer, minder, evenveel), we schrijven de cijfers en pas daarna gaan we echt rekenen d.w.z. sommetjes maken. Ook het splitsen (5 = 4 + 1) krijgt veel aandacht. Door veel te oefenen ontwikkelen de kinderen rekenvaardigheden en kunnen ze vaak aan het eind van groep 3 sommetjes t/m 20 maken. We maken gebruik van een nieuwe rekenmethode: ‘Wereld in Getallen’.

Groep 4 t/m 8
Ook in deze groepen is het leesonderwijs nog heel belangrijk. Iemand die niet of in onvoldoende mate heeft leren lezen, mist één van de belangrijkste mogelijkheden om zijn kennis en ervaring uit te breiden. Het is de taak van de school de kinderen zo goed mogelijk te leren lezen. Dit betekent in ieder geval dat de kinderen na de basisschool alledaagse teksten zonder al te veel moeite moeten kunnen lezen, zoals eenvoudige informatieve teksten, kranten, hobby- en jeugdbladen, woordenboeken enz. Tevens is het van belang om kinderen plezier in lezen te laten krijgen.

Op de Brink gebruiken we de methoden ‘Goed Gelezen’ en ‘Nieuwsbegrip XL’. Deze omvatten drie onderdelen:
• begrijpend lezen (inhoud en opbouw van een tekst doorgronden)
• leesbevordering
• verwerven van informatie door lezen

Er wordt op onze school veel tijd aan het leesonderwijs besteed.
We gebruiken de methode ‘Taalactief’. In deze methode zitten taal, spelling en woordenschat als onderdeel. Deze drie delen vormen samen één geheel. Een van de belangrijkste uitgangspunten van deze methode is betekenisvol leren. Leren moet voor kinderen betekenis hebben en functioneel zijn voor de praktijk van alle dag. De methode is interactief. Dit betekent dat kinderen naar elkaar luisteren, met elkaar spreken, samen teksten schrijven, kortom leren van en met elkaar. De leerkracht begeleidt het proces in de groep; de leerlijn spelling en de woordenschatlijn worden middels een computerprogramma aangeboden.

Voor rekenen wordt de methode ‘Wereld in Getallen’ gebruikt. Dit is een realistische reken- en wiskundemethode voor de groepen 3 t/m 8. Samen met ‘Schatkist’-rekenen voor de groepen 1/2 is de doorgaande lijn voor het rekenonderwijs dan ook gewaarborgd. ‘Wereld in Getallen’ biedt de mogelijkheid om in te spelen op verschillen tussen kinderen.

Rekenen staat dagelijks op het lesrooster; vaardigheden als optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen alsmede klokkijken zijn belangrijk en worden bijna dagelijks geoefend. Vanaf groep 7 worden breuken, decimale breuken, oppervlakte- en inhoudsberekeningen, procenten en andere wiskundige vraagstukken aangeboden. Er wordt vrij veel gebruik gemaakt van leer- en hulpmiddelen. Natuurlijk hoort daar tegenwoordig ook de computer bij met allerlei rekenprogramma’s.

Voor aardrijkskunde gebruiken we ‘Hier en Daar’, een eigentijdse methode, die veel relevante informatie overdraagt d.m.v. veelzijdig beeldmateriaal (tekeningen, foto’s, kaarten) en korte teksten, die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. De lessen bestaan uit een instructiedeel en een deel zelfstandig werken met goede mogelijkheden voor het opvangen van tempo- en niveauverschillen. De methode biedt topografie (kaartkennis en kaartvaardigheden), die aansluit bij de regio’s die in de methode besproken worden:
• groep 5 eigen omgeving
• groep 6 Nederland
• groep 7 Europa
• groep 8 Wereld

De thema’s die o.a. aan bod komen zijn: mensen, samenleven, wonen, werken en zorg voor het milieu.

Voor oriëntatie op de natuur gebruiken we de methode ‘Leefwereld’ voor de groepen 1 t/m 8. In deze methode wordt aandacht besteed aan biologie, natuurkunde, milieukunde en bevordering van gezond gedrag. De directe schoolomgeving wordt zoveel mogelijk als bron voor leerstof en activiteiten gebruikt. De lessen zijn opgebouwd uit praat-, kijk-, doe- en zoeksituaties. Thema’s die zoal aanbod komen zijn: de seizoenen, planten en mensen, dieren en mensen, eigen lichaam, wonen, afval, hergebruik, kringloop en het weer. De instructie van de lessen gebeurt meestal klassikaal. Uitwerking kan individueel en in kleine groepjes gebeuren. Het lesverloop ziet er als volgt uit:
• inleiding (vaak in de kring; het doel hiervan is om kinderen in de sfeer van het onderwerp te brengen middels een verhaaltje of een proefje)
• kern (de informatieverwerking, luisteren, lezen, opzoeken, kijken)
• afsluiting (terugblik op de les, gezamenlijke presentatie werkstuk, ontdekhoek of ontdekdoos, expressieopdracht).

‘Bij de Tijd’ is onze methode voor geschiedenis. Deze methode gaat uit van de leef- en ervaringswereld van de kinderen. Vanaf groep 5 wordt met deze methode gewerkt: Verhalen over gebeurtenissen uit de laatste 100 jaar staan centraal. In de groepen 6 t/m 8 gaat de methode uit van drie verschillende samenlevingen resp. een nomadische, een agrarische en een industriële, waarbij overleven, samenleven en een menswaardig bestaan centraal staan. Tevens wordt er aandacht besteed aan intercultureel onderwijs en wordt het verleden met het heden vergeleken. Het verleden leert ons veel over het heden, maar ook omgekeerd. De methode is verhalend, informatief en onderzoekend. Het is een aantrekkelijke methode waarbij veel variatie is aangebracht in de opdrachten (drie niveaus) en creatieve verwerking wordt gestimuleerd (werk-, klus- en knipbladen).

Onder expressie verstaan we de vakken muziek, dans, toneel, tekenen en handenarbeid. Tijdens week-, maand- en projectafsluitingen worden we regelmatig door de kinderen getrakteerd op leuke dans- en show-acts. Verschillende technieken passeren de revue. De door de kinderen gemaakte werkstukken worden in de klas en in de gang op het prikbord tentoongesteld. Natuurlijk wordt er ook gretig gebruik gemaakt van de mogelijkheden die ons door het centrum voor kunstzinnige vorming ‘de Kubus’ worden geboden. Menige voorstelling of workshop wordt door ons met onze kinderen bezocht en ook leerkrachten maken graag gebruik van de scholingsdiensten van het centrum.

Voor verkeer maken we gebruik van de ‘Jeugd Verkeerskranten’ van Veilig Verkeer Nederland.

De groepen 1/2 en 3/4 hebben de expressieactiviteiten geïntegreerd binnen de werklessen en de lessen arbeid naar keuze; voor de groepen 5 t/m 8 wordt op vrijdagmiddag van 14:00 uur tot 15:15 uur een keuzecircuit gehouden met o.a. toneelspelen, borduren, gipsgieten, figuurzagen, solderen, batikken.

Voor bewegingsonderwijs hebben wij een vakleerkracht: Sander van Brussel. Hij verzorgt de lessen voor alle groepen. De lessen bewegingsonderwijs worden meestal in 3 à 4 activiteiten tegelijk aangeboden. Voor de leerlingen is dat natuurlijk heel uitdagend. Op een ontspannen manier werken de kinderen enthousiast aan toestellen en wordt er menig spel gespeeld, waarbij fanatiek voor de punten wordt gestreden. Wij adviseren de kinderen na de gymles te douchen.

Ook schoolzwemmen staat op het programma. Leerlingen van groep 3 gaan dan naar sportcentrum ‘de Koploper’. Onder begeleiding van de zweminstructeurs wordt er 40 minuten intensief gezwommen. Bij goede vorderingen is het mogelijk af te zwemmen voor een diploma. Het vervoer naar het zwembad vindt plaats met de bus en wordt door het gemeentebestuur betaald. De gemeente Lelystad en de directie van ‘De Koploper’ hebben een protocol (afspraken en verantwoordelijkheden) opgesteld, dat sinds 1 augustus 2002 van kracht is. Het protocol kan op school worden ingezien. Tevens is er een deelplan schoolzwemmen, dat inzicht geeft in de lesopbouw van de zwemlessen met een voortraject en een hoofdtraject.

In groep 3 wordt schoolzwemmen aangeboden; voor het schooljaar 2011 - 2012 gaan wij zwemmen op donderdag.
De bus vertrekt om 10:00 uur vanaf school en zal om 11:30 uur weer terug gaan.

Tijdens het schoolzwemmen wordt opgeleid tot diploma A. Kinderen die al in het bezit zijn van diploma A gaan bezig met de ‘natte gym’. Hierbij maken zij, in blokken van vier weken, kennis met verschillende watersportmogelijkheden. Er worden vijf onderdelen aangeboden: wedstrijdzwemmen, snorkelen, overlevingszwemmen, reddend zwemmen en waterpolo.
Het afzwemmen voor diploma A vindt buiten schooltijd plaats, tijdens de reguliere afzwemmomenten van het zwembad. De kosten hiervoor zijn voor u als ouder.


Verdeling van tijd over de leer- en vormingsgebieden

GROEP 1 2 3 4 5 6 7 8

Bewegingsonderwijs 1.00 1.00 2.00 2.00 2.00 2.00 2.00 2.00

Wereldverkenning 1.00 1.00

Nederlandse Taal 3.30 4.00 6.30 6.30 9.00 9.00 9.00 9.00

Lezen 4.00 4.00 2.30 2.30 2.30 2.30

Schrijven 1.15 1.15 0.45 0.45 0.30 0.30

Rekenen en wiskunde 2.30 2.30 4.00 4.00 3.15 3.15

Engelse Taal 1.00 1.00

Aardrijkskunde 1.00 1.00 1.00 1.00

Geschiedenis 1.00 1.00 1.00 1.00

Natuur 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Gedrag in het verkeer 0.30 0.30 0.45 0.45 0.30 0.30 0.30 0.30

Muziek 0.45 0.45 0.45 0.45 0.45 0.45 0.45 0.45

Expressie 2.00 2.00 2.00 2.00 2.00 2.00

Spel en beweging 8.00 8.00

Werken met ontwikkelings- materiaal 8.00 7.30

Godsdienst

Pauze 1.15 1.15 1.15 1.15 1.15 1.15 1.15 1.15

Totaal 23.00 23.00 23.00 23.00 25.45 25.45 25.45 25.45


In de groepen 1 t/m 4 wordt 23 uur onderwijs gegeven, in de groepen 5 t/m 8 25:45 uur.


12 Buitenschoolse activiteiten
De Brink doet mee aan een aantal buitenschoolse activiteiten. Jaarlijks wordt er een sportdag gehouden, waarvoor we gebruik kunnen maken van de atletiekbaan van atletiekvereniging Spirit op het Langezand. Deze activiteiten worden georganiseerd in samenwerking met de werkgroep bewegingsonderwijs (vakleerkrachten). Tevens zijn teams van onze school actief bij voetbal- en handbaltoernooien.

Leerlingen van groep 8 doen mee aan de nationale verkeersproef van Veilig Verkeer Nederland. Eerst wordt de theorie van het dagelijkse verkeer getoetst, en voorafgaande aan het praktijkexamen (fietsend door Lelystad) houdt de politie nog een fietsencontrole, waarbij de deugdelijkheid van de fiets wordt getest (verlichting, kwaliteit van de remmen, sterkte van het frame e.d.).

In april/mei vinden de schoolreisjes en -kampen plaats.

Na schooltijd is het mogelijk om in het buurtcentrum deel te nemen aan verschillende activiteiten. Deze worden aangeboden door het sportbedrijf, de Kubus en de bibliotheek. Als bredeschool kunnen de kinderen van de Brink deze activiteiten gebruiken.
In samenwerking met Buurtsportwerk worden er tijdens schoolvakanties themaweken gehouden. Voorbeelden hiervan zijn: Piratenweek, Jungleweek en een sport- en spelweek. Bovendien kunnen kinderen na schooltijd in het Clickpunt (het digitaal ontmoetingscentrum van de Boswijk) onder begeleiding gebruik maken van een achttal computers, om het internet op te gaan.


13 Vervolgonderwijs
Ouders van de leerlingen van groep 8 ontvangen van de gemeente Lelystad een informatiepakket met foldermateriaal van de SGL, de Rietlanden, de Arcus en het Groenhorst College in onze stad. Natuurlijk is het ook mogelijk voor andere scholen te kiezen. Voor meer inlichtingen kunt u contact opnemen met de groepsleerkracht van uw kind.

De basisschool zorgt voor het invullen van het schoolverlatersrapport. In het 1e brugjaar worden alle leerlingen onderworpen aan een instaptoets.


14 De zorg voor kinderen
De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Ouders die hun kind(eren) op onze school willen plaatsen worden eerst uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen en vervolgens een informatief gesprek te hebben, eventueel gevolgd door een inschrijving. Vierjarige nieuwkomers worden vier weken vóór hun verjaardag uitgenodigd om één of meerdere ochtenden te komen meedraaien in de groep. Vanaf hun vierde verjaardag zijn ze de hele dag welkom.

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen
Van iedere leerling wordt na aanmelding een leerling-map aangelegd. Daarin slaan wij persoonlijke gegevens op, zoals samenvattingen van gesprekken met ouders, observatielijsten en toetsresultaten. We noemen dit het leerlingvolgsysteem (LVS). In verband met de privacy bewaren wij deze gegevens in archiefkasten, die alleen toegankelijk zijn voor personeelsleden van de school. Het spreekt voor zich dat de groepsleerkracht dagelijks uw kind volgt en stimuleert in zijn/haar ontwikkeling. Heeft de leerkracht bijzonderheden gesignaleerd, dan wordt u hiervan op de hoogte gesteld tijdens een persoonlijk gesprek. Wanneer u zelf vragen hebt of op- en aanmerkingen betreffende de ontwikkeling van uw kind, dan kunt u natuurlijk ook een gesprek aanvragen met de leerkracht.

Bij het LVS horen observatielijsten en toetsgegevens. In de groepen 1 en 2 worden de observatielijsten ingevuld behorende bij het programma ‘Kaleidoscoop’ (KOR); deze lijsten laten zien welke ontwikkeling het kind doormaakt. Tevens wordt de Instaptoets 4-jarigen afgenomen en de Cito-toets voor Taal, begrippen en ordenen. In de groepen 3 t/m 8 maken de kinderen in januari en juni methode-onafhankelijke toetsen in de vakken rekenen, taal en begrijpend lezen. Aan de hand hiervan kunnen we zien of de kinderen de gewenste ontwikkeling doormaken. We maken gebruik van de volgende toetsen:
• voor het lezen: de Drie Minuten Test, AVI (afhankelijk van groep en leesniveau – dit gebeurt bij wijze van uitzondering drie keer per jaar);
• voor begrijpend lezen: Cito Begrijpend Lezen vanaf eind groep 3;
• voor spelling: Cito Spelling vanaf groep 3;
• voor rekenen: Cito Rekenen en Tempo Test Rekenen vanaf groep 3;
• voor woordenschat: Cito Woordenschattoets vanaf groep 3.

Het dagelijks werk van de kinderen
In de groepen 1 en 2 zal de leerkracht met uw kind praten over het resultaat van zijn werk en de wijze waarop het werk tot stand gekomen is. In de groepen 3 t/m 8 maken de kinderen allerlei opdrachten; deze worden door de leerkrachten nagekeken en zonodig van commentaar voorzien. De kinderen maken ook toetsen uit de methoden die wij gebruiken, waardoor de leerkrachten nogmaals kunnen bekijken of een kind een bepaald leerstofonderdeel goed heeft begrepen. We spreken dan van methodegebonden toetsen. Wanneer een kind een toets onvoldoende gemaakt heeft, dan geeft de leerkracht dit kind extra opdrachten om
ervoor te zorgen dat dit onderdeel alsnog beheerst wordt.

De verslaglegging van gegevens over het kind door de groepsleerkracht
De methodegebonden toetsen vormen de basis voor de rapportage naar de ouders die tweemaal per jaar plaatsvindt. De methode-onafhankelijke toetsen kunnen een aanvulling zijn om te komen tot een aangepaste werkwijze van de leerkracht van uw kind. Begin november vindt er een gesprek plaats over de vorderingen van uw kind. In januari en eventueel in juni worden ouders uitgenodigd voor een gesprek, waarbij het rapport centraal staat.

De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
Binnen onze school wordt getracht elk kind de aandacht te geven die het nodig heeft. Uiteraard zijn er kinderen die meer aandacht vragen dan anderen. Dit kunnen hoogbegaafde kinderen zijn, maar ook kinderen met leer- en/of gedragsproblemen. We hebben op school een interne begeleider (IB) die met de leerkrachten praat over de ontwikkelingen die de leerlingen doormaken. Daarbij wordt gekeken of er kinderen zijn die extra zorg nodig hebben. Deze extra zorg kan het kind krijgen onder andere voor spelling, lezen, rekenen, schrijven of taal, waarbij ook de uitbreiding van de woordenschat extra aandacht krijgt. Daarnaast wordt er besproken of er kinderen zijn met emotionele en/of gedragsproblemen.

Afgezien van de regelmatige gesprekken tussen de afzonderlijke groepsleerkrachten en de interne begeleider zijn er ook leerlingbesprekingen, waarbij kinderen die op welke wijze dan ook opvallen onder de leraren besproken worden. We bekijken dan of er specifieke aandacht besteed zou moeten worden aan deze kinderen. Mocht dit het geval zijn, dan brengen wij vanzelfsprekend de ouders op de hoogte door middel van een gesprek met de groepsleerkracht van de leerling. Gezamenlijk kunnen er dan afspraken gemaakt worden over de te nemen stappen, die hopelijk leiden tot een beter functioneren van het kind.

Weer Samen Naar School (WSNS)
Onze school doet mee aan het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School. Het doel van deze samenwerking is om zo weinig mogelijk kinderen te verwijzen naar andere vormen van onderwijs. Mochten wij extra deskundigheid nodig hebben voor een kind, dan kunnen we vanuit dit samenwerkingsverband WSNS een ambulante begeleider vragen om met ons het kind door te praten en ons te adviseren. Het spreekt voor zich dat we een en ander eerst met de ouders bespreken, alvorens we dit doen. De ouders moeten daarvoor ook een formulier tekenen, waarin ze akkoord gaan met deze vorm van hulp.
In onze school is voor ouders het meerjarenzorgplan Weer Samen Naar School (WSNS) 2008 – 2012 ter inzage.

Het Onderwijsloket
Als uw kind extra ondersteuning nodig heeft gaan onze intern begeleider en de leerkracht altijd eerst met u in gesprek om, samen met u, te kijken welke aanpak het beste voor uw kind werkt en hoe dat geregeld kan worden. Vaak kan dit gewoon binnen onze school en binnen de eigen groep. Het kan echter ook gebeuren dat de intern begeleider aanmelding voor deskundige hulp van buitenaf nodig vindt, omdat onze school de juiste extra ondersteuning niet zelf kan verzorgen. In overleg met u en na uw instemming vindt dan aanmelding van uw kind plaats bij het zo genoemde Onderwijsloket. Wat houdt dat Onderwijsloket eigenlijk in en wat doet het?

U kunt het Onderwijsloket zien als de plek waar scholen vragen neerleggen voor speciale onderwijsondersteuning. Dat wordt gedaan met het ‘aanmeldingsformulier Onderwijsloket’; waarin de hulpvraag wordt beschreven. U kunt zelf ook contact opnemen met het Onderwijsloket.
Het Onderwijsloket leest de hulpvraag van school of ouders. Het kan zijn dat het Onderwijsloket u of de school uitnodigt voor een gesprek. Als blijkt dat de noodzakelijke en juiste ondersteuning voor uw kind niet op onze school kan worden aangeboden, maar bijvoorbeeld wel op een school voor speciaal onderwijs, wordt daarvoor een aanvraag ingediend. Het Onderwijsloket en school zorgen ervoor dat de aanmelding correct verloopt. U bent vanzelfsprekend als ouders altijd en overal bij betrokken, vanaf de aanmelding zelf tot en met alles wat er daarna gebeurt. Er wordt niets gedaan zonder uw nadrukkelijke toestemming! Daarom moet er ook altijd een toestemmingsverklaring door u worden ondertekend. De looptijd van een traject via het Onderwijsloket is 8 weken.

Samengevat: als blijkt dat onze school niet in staat is om de juiste onderwijsondersteuning voor uw kind te verzorgen, wordt uw kind, in overleg met u, door de intern begeleider bij het Onderwijsloket aangemeld. Het Onderwijsloket gaat vervolgens aan de slag om de beste aanpak voor uw kind te regelen. Er gebeurt daarbij nooit iets zonder uw toestemming!

U kunt het onderwijsloket telefonisch bereiken via 0320 214215.

Besluitvormingstermijnen PCL
Het duurt 8 weken van het moment van indienen van de aanvraag tot duidelijk wordt wat het besluit van de Permanente Commissie Leerlingenzorg is.

Verwijzingsbeleid van onze school
Zoals u heeft kunnen lezen besteedt onze school zeer veel aandacht aan kinderen die extra zorg behoeven. Sinds 2003 kunnen ouders zelf kiezen of zij hun kind naar het Speciaal Basisonderwijs (SBO) of het reguliere onderwijs laten gaan. Indien het kind het reguliere onderwijs ingaat, krijgt het onder bepaalde voorwaarden een ‘rugzak’ met extra faciliteiten mee om een adequate begeleiding te garanderen. Dat dit zijn effect heeft op het verwijzingsbeleid naar andere scholen van onderwijs, bijvoorbeeld naar het SBO laat zich raden (het kan voorkomen dat uiteindelijk blijkt dat een kind toch beter af is op het SBO). Het gebeurt echter zelden dat kinderen verwezen moeten worden.
Zorgplatform
Ondanks al deze inspanningen kan het toch gebeuren, dat een kind wordt aangemeld bij het Zorgplatform. Op jaarbasis gaat het om enkele kinderen. Deze aanmelding gebeurt alleen na overleg met de ouders. Wanneer zij instemmen om hun kind aan te melden moet er een formulier getekend worden waarin zij toestemming geven. De ouders zullen altijd worden uitgenodigd voor een intakegesprek met een medewerk(st)er van het Zorgplatform. Na analyse en beoordeling van de aanmelding stelt het platform een bepaald zorgarrangement voor. Dit wordt met de RT-er/IB-er besproken en moet leiden tot uitvoering binnen onze eigen school.

Ook kan het gebeuren dat het Zorgplatform een plaatsingsadvies speciale school voor basisonderwijs of een andere basisschool geeft. Ouders kunnen hun kind dan aanmelden bij het onderwijsloket. Het onderwijsloket vraagt de leerlinggegevens op bij de school en komt, na een controle van het dossier op volledigheid (procedures), tot een besluit.

Zittenblijven
Op onze school proberen we het zittenblijven zoveel mogelijk te voorkomen. Dit is een algemeen uitgangspunt van het huidige basisonderwijs. Wij kunnen echter ouders adviseren om hun kind uit groep 2 een verlengd kleuterjaar aan te bieden, aangezien een kind soms nog niet aan groep 3 toe is. Wanneer dit het geval is, zijn de ouders al op de hoogte van het feit dat de ontwikkeling van hun kind achterloopt bij hetgeen gewenst is om in groep 3 goed mee te kunnen. In een verlengd kleuterjaar gaat het kind dan verder in de eigen ontwikkeling. Het kind kan dan eventueel in groep 2 al in aanraking komen met leerstof van groep 3.
Door de extra zorg die wij kinderen kunnen bieden op onze school proberen wij te voorkomen dat kinderen van groep 3 t/m 8 blijven zitten. Toch komt het voor, dat wij ouders adviseren hun kind in dezelfde jaargroep te laten blijven, omdat de ontwikkeling van het kind onvoldoende is geweest om het niveau van een hogere groep aan te kunnen. Het spreekt voor zich dat we zo’n kind dan al veel extra hulp hebben geboden en dat de ouders ruim van tevoren op de hoogte gesteld zijn van de vorderingen van hun kind. We geven zo’n advies alleen als we er bijna zeker van zijn dat het kind baat heeft bij een extra jaar.

Logopedie
Voor kinderen met spreek-, taal- of gehoorstoornissen kan de hulp van een logopediste ingeroepen worden. Elk kind van 5 jaar wordt onderzocht op het gebied van de taal, de spraak, de stem, het mondgedrag en het gehoor. Ouders krijgen van tevoren bericht en na afloop ontvangen ze een schriftelijke verslag. Als er logopedische hulp nodig is, zal dit altijd in overleg met ouders en school gebeuren. De logopediste komt op donderdag, een keer per twee weken.

De speciale zorg voor kinderen
Zorg voor kinderen is op onze school al lang een normale zaak. Wij verwachten kinderen met leerproblemen een veilige plek te kunnen bieden. Onze zorg is echter meer dan het bekijken of een kind bij een bepaalde ontwikkeling of leervak niet mee kan komen. Er zijn kinderen die werkhoudingsproblemen hebben, anderen kunnen hun werk niet zelfstandig indelen of kunnen niet goed omgaan met andere kinderen.
Soms is het dan nodig problemen nader te onderzoeken. Het kan dan mogelijk zijn dat het kind een advies krijgt voor verdere ondersteuning in de vorm van leerlinggebonden financiering, het zogenoemde rugzakje, of een advies om naar een school voor speciaal onderwijs te gaan. Alles uiteraard in overleg en met toestemming van de ouders.

15 Het gebouw
Onze school heeft zeven groepslokalen en een speellokaal. Het documentatiecentrum, waar informatieve boeken en bieb-boeken te vinden zijn, bevindt zich bij de groepslokalen van de bovenbouw. De gemeenschapsruimte, centraal gelegen tussen school en buurtcentrum, is multifunctioneel en dient als theater- en filmzaal.

Elke groep heeft eigen computers met geschikte programma’s. De school beschikt over een netwerk met 20 werkplekken.


16 Ouders
Betrokkenheid
Een goed contact tussen school en thuis is heel belangrijk. De school informeert u over alle belangrijke gebeurtenissen op school, over algemene schoolzaken, en, het allerbelangrijkste, over het wel en wee van uw kind. Hoe ontwikkelt het kind zich, hoe zijn de leervorderingen, hoe is het gedrag, kan het meekomen, heeft het extra hulp nodig, hoe zit het met huiswerk?

Ouderhulp
Zonder de inzet van ouders kan een moderne basisschool niet functioneren. Op de Brink zijn ouders actief in de begeleiding van de volgende activiteiten:
• gebruik computer
• sport- en spelactiviteiten
• taal/leesspelletjes, speelleren
• projecten
• feesten
• excursies, schoolreisjes
• boekenuitleen

Ouderbijdrage
De vrijwillige ouderbijdrage is €13,– voor het eerste kind, voor het 2e en elk volgende kind geldt een bijdrage van € 12,-. Uit het Ouderfonds zullen de kosten van Sint, Kerst, Lentekriebels e.d. worden betaald. Zie hiervoor de begroting 2011 - 2012. We verwachten dat iedereen de ouderbijdrage zal betalen. De financiële aanvulling vanuit het Ouderfonds, om de kosten van kampen en schoolreizen zoveel mogelijk te drukken, zal ook dit schooljaar niet plaatsvinden.

De info
Verschijnt wekelijks op donderdag. Op een A4’tje ontvangt u overzichtelijke informatie over schoolgerelateerde zaken. De info bevat een agenda met de te verwachten activiteiten en er worden mededelingen gedaan over allerlei schoolzaken, zoals ouderavonden, open-huis-avonden voortgezet onderwijs, schoolzwemmen, projecten, voorlichtingsthema’s GGD, studiedagen, rapportbesprekingen, vieringen, sportactiviteiten, etc. De info staat ook wekelijks op de website.
Rapportbesprekingen
Deze vinden twee keer per jaar plaats, in januari en in juni. Per kind wordt tien minuten gereserveerd voor het gesprek. De ouders/verzorgers worden vooraf in de gelegenheid gesteld het rapport in te zien. Tevens bestaat de mogelijkheid om tussentijds over de vorderingen van uw kind(eren) te praten. Deze gesprekken zijn gepland in november en april. Wilt u op een ander moment de groepsleerkracht van uw kind spreken, dan is dat uiteraard ook mogelijk. Gelieve dan even een afspraak te maken.

Onderwijskundig rapport
Wanneer leerlingen door verhuizing of andere schoolkeuze de Brink verlaten, wordt er door de groepsleerkracht een onderwijskundig rapport opgesteld, dat verzonden wordt naar de nieuwe school. Dit rapport bevat gegevens omtrent gedrag, functioneren, prestaties en omvat een beschrijving van gebruikte methodes.

De klachtenregeling
Soms kan het gebeuren dat u over bepaalde dingen bij ons op school niet tevreden bent. Wij stellen het op prijs dat u dit zo snel mogelijk meldt bij de leerkracht van uw kind. Wordt u naar uw mening niet goed te woord gestaan of wordt uw klacht in de wind geslagen, dan kunt u zich wenden tot de schoolleiding. Veruit de meeste klachten zullen in onderling overleg tussen ouders en de school op een juiste wijze kunnen worden afgehandeld. Als dat echter niet mogelijk blijkt kunt u een beroep doen op onze klachtenregeling. Deze klachtenregeling is op school aanwezig. Het openbaar schoolbestuur is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie.

Verzekeringen
Ons advies: zorg voor een goede WA-verzekering. Kinderen zijn speels, een ongeluk zit vaak in een klein hoekje. Neem geen onnodige risico’s.


17 De ontwikkeling van het onderwijs
In het schoolplan 2011 – 2015 staat beschreven op welke wijze de Brink het onderwijs verder probeert te verbeteren.

Centraal in het onderwijsverbeteringsprogramma staat opbrengstgericht werken. Dat betekent dat gestreefd wordt naar zo hoog mogelijke opbrengsten voor de kinderen. Om dat te bereiken worden de leerkrachten doorlopend geschoold in lesgevende vaardigheden. Van groot belang voor de kinderen van de Brink zijn de zogenoemde kernvakken: technisch lezen, begrijpend lezen, woordenschat en rekenen.
In het schooljaar 2011 – 2012 wordt het accent gelegd op de rekendidactiek, de begrijpend leesdidactiek en woordenschat. Tevens staat centraal het bevorderen van ouderbetrokkenheid. Met andere woorden: op welke wijze kunnen we de ouders zo goed mogelijk bij het onderwijs actief betrekken.

Veel aandacht wordt ook besteed aan sociale vaardigheden.
In het kader van de bredeschool ontwikkeling staan taal en sociale vaardigheden ook centraal. Dit schooljaar wordt getracht, in samenwerking met de peuterspeelzaal, de stichting Welzijn en de gemeente Lelystad een samenhangend programma te ontwikkelen om zowel tijdens als na schooltijd uit te voeren.

Samenwerking school en omgeving
• De Brink is een bredeschool. Dat betekent dat de school in de wijk, samen met andere instellingen, activiteiten voor kinderen organiseert. Vaak is daar het buurthuis bij betrokken.
• De Jeugdgezondheidszorg GGD, doet jaarlijks onderzoeken. De kinderen uit groep 2 krijgen een uitgebreid geneeskundig onderzoek door schoolarts en verpleegkundige. Kinderen uit groep 7 komen in aanmerking voor een preventief gezondheidsonderzoek.
• Buurtnetwerk 12-: overlegorgaan voor buurtscholen, wijkagent, GGD en andere zorginstellingen.


18 Regeling schooltijden
Schooltijden
Groepen 1 t/m 4 Groepen 5 t/m 8

Maandag, dinsdag en donderdag 08:30 - 12:00 uur 08:30 - 12:00 uur
13:15 - 15:15 uur 13:15 - 15:15 uur

Woensdag 08:30 – 12:15 uur 08:30 – 12:15 uur

Vrijdag 08:30 – 12:00 uur 08:30 – 12:00 uur
13:15 - 15:15 uur


19 Adressen
Schoolbestuur: Rijksinspectie:
Stichting SchOOL Rijksinspectiekantoor Utrecht
Zilverparkkade 86 sector primair onderwijs
8232 WK Lelystad postbus 2730
telefoon: 0320 279500 3500 GS Utrecht

Schoolbegeleiding IJsselgroep Zorgplatform Lelystad
Meentweg 14 Postbus 2284
8224 BP Lelystad 8203 AG Lelystad

Schoolarts: Logopediste: Peuterspeelzaal
Annemiek Dop Mia Simons De Kiekeboe
GGD Lelystad (afdeling jeugd) Bureau Onderwijszorg Griend 33-01
Noorderwagenstraat 2 Loket: logopedie
8223 AM Lelystad