3: Protocol ‘plaatsing leerlingen met een handicap’

Inleiding

Met ingang van het schooljaar 2003 – 2004 ging de leerlinggebonden financiering (lgf), beter bekend als de Rugzak, van start. Deze wordt inmiddels weer afgeschaft. Het rugzakbeleid is voor leerlingen met een zintuiglijke, lichamelijk en/of verstandelijke handicap en een deel van de leerlingen met gedragsstoornissen en psychiatrische problemen. Deze wet is een eerste aanzet voor de versterking van de positie van ouders van kinderen met een handicap. Ouders krijgen meer mogelijkheden om die school te kiezen die zij het beste vinden voor hun kind. Dit is echter geen absoluutrecht. De school maakt haar eigen toelatingsafweging. De keuzevrijheid van ouders kan worden beperkt door de aard en zwaarte van de handicap en de feitelijke (on)mogelijkheden van de school om gehandicapte leerlingen op te nemen (zie verder stap 6). In dit protocol wordt de procedure van aanmelding en plaatsing beschreven. De volgorde kan verschillen naar gelang de ‘soort’ van aanmelding. Het maakt verschil of de leerling ‘nieuw’ wordt aangemeld of dat het om een leerling gaat die al op school staat ingeschreven.

Voortraject

Stap 1) Probleemsignalering

Als het kind nog niet op school zit, vervult de basisschool uiteraard geen rol in de probleemsignalering. In veel gevallen is al voordat het kind de leerplichtige leeftijd bereikt, duidelijk dat er een handicap is. Als het kind al op school zit, kan en zal de basisschool hier vaak een rol spelen. Er ontstaan of er zijn problemen in, met of rondom het kind. Dat kan thuis zijn en/of op school. In die gevallen zal de school vaak eerst proberen de problemen op te lossen, gebruik maken van de zorgstructuur van het samenwerkingsverband. Ouders, leerkracht en intern begeleider bespreken gezamenlijk de problematiek. Ook het samenwerkingsverband kan een rol spelen.

Stap 2) Afwegingen

Gegeven de probleemsignalering is de vraag of en zo ja wat er moet gebeuren. Ouders kunnen zich hierbij door verschillende partijen laten adviseren (basisschool, REC (Regionale Expertise Centra voor speciaal onderwijs; organisaties waar op regionaal niveau alle speciale scholen binnen een cluster zijn gebundeld), Zorg Platform Lelystad, zorginstellingen, ouderorganisatie). Bij de afwegingen die ouders maken, kan de basisschool een informerende, adviserende en verwijzende rol spelen. Ook als het gaat om een kind dat nog niet op (onze) school zit, zullen ouders vaak eerst te rade gaan bij de school om de mogelijkheden te verkennen (bijvoorbeeld aan de hand van de schoolgids).

Aanmeldingstraject

Stap 3) Aanmelden voor indicatiestelling

Op een gegeven moment wordt besloten tot indicatiestelling. Het zijn altijd de ouders die een kind aanmelden voor indicatiestelling. De school kan daarin adviseren en dat zal vaak ook gebeuren als het kind al op school zit, of op het moment dat ouders een kind op school aanmelden waarvan dan al bekend is of vermoed wordt dat het een kind met een handicap is. De school zelf kan het kind niet aanmelden voor indicatiestelling. Ouders melden het kind aan bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI), ondergebracht bij het REC in de regio. De locatie van de basisschool bepaalt van welk REC de ambulante begeleiding dient te worden betrokken, namelijk het REC in het verzorgingsgebied waarin deze locatie ligt.

Stap 4) Indicatiestelling

De indicatiestelling zelf geschiedt door de CvI. Binnen elk REC is er één commissie die tot taak heeft om te beslissen of aangemelde kinderen voldoen aan de criteria. De commissie werkt aan de hand van landelijk geldende criteria. Als het kind reeds onderwijs volgt op school, dan stelt de basisschool een onderwijskundig rapport op voor de CvI. Het samenwerkingsverband kan daarbij ook een rol spelen.

Stap 5) Indicatiebeslissing

De indicatiestelling mondt uit in een indicatiebeslissing. De indicatiebeslissing is voorbehouden aan de CvI. De basisschool heeft hier geen enkele betrokkenheid.

Stap 6) Keuze voor basisschool of REC

Het vertrekpunt ligt bij de ouders. Zij maken in eerste instantie de afweging. Als de ouders kiezen voor integratie, dan maakt de school een eigen toelatingsafweging. De volgende overwegingen kunnen een rol spelen:

  • bereidheid tot respecteren van de Daltonprincipes;
  • verstoring van rust en veiligheid. Bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk om binnen de reguliere setting een zodanige mate van structuur te realiseren dat van een adequate leeromgeving sprake is;
  • verstoring van het leerproces voor de andere kinderen. Leerlingen met een handicap vragen aandacht van de leerkracht. Dit zou nadelig kunnen uitpakken voor de andere kinderen. De vraag is wanneer in redelijkheid teveel van de basisschool wordt gevraagd;
  • interferentie verzorging / behandeling – onderwijs. De vraag kan dan gesteld worden of een geïntegreerde setting wel zinvol is ondanks de extra faciliteiten voor de school en de ambulante begeleiding vanuit het REC (het speciaal onderwijs);
  • gebrek aan opname capaciteit. De school kan het toelatingsbeleid koppelen aan een maximale opnamecapaciteit.

De school maakt eventuele afwijzingen schriftelijk en met redenen omkleed kenbaar en wijs daarbij op de mogelijkheid van beroep. Indien een school besluit de toelating te weigeren dan is het volgende van belang: alleen het bevoegd gezag beslist over toelating en weigering. Bij verschil van mening over een toelating kunnen de ouders of kan de school een beroep doen op de landelijke Adviescommissie voor toelating en begeleiding. De regeling schrijft voor dat het bevoegd gezag binnen een bepaalde periode na aanmelding van het kind (reeds geïndiceerd voor lgf) over toelating beslist. Als ouders bezwaar maken tegen de beschikking van het bevoegd gezag om hun kind toe te laten, is een advies van deze commissie verplicht. Bij negatieve indicatiebeslissing (geen aanspraak op een ‘rugzak’) is vervolgens sprake van een ‘gewone’ aanmelding.

Stap 7) Toelating leerling

Bij positieve indicatie komt een budget vrij. Bij keuze voor integratie komt dat budget (bedrag in geld en formatierekeneenheden) beschikbaar voor de basisschool. De basisschool moet een deel van het budget verplicht herbesteden bij het speciaal onderwijs (met name voor de ambulante begeleiding). Indien de leerling nog niet op onze school zit, wordt het ingeschreven.

Vervolgtraject

Stap 8) Handelingsplan

Als de indicatiestelling ‘positief’ is en ouders en school hebben besloten het kind met het rugzakje te plaatsen, dan is er overleg nodig tussen ouders, basisschool en REC voor een handelingsplan. Daarin wordt aangegeven van welke zorg en behandeling sprake is en welke onderwijsdoelstelling op welke wijze wordt nagestreefd. Het handelingsplan moet in overeenstemming met de ouders worden opgesteld. Ook moet de taakverdeling tussen het REC en de basisschool goed geregeld worden. In een aantal gevallen zal er ook nog vanuit zorginstellingen een bijdrage geleverd worden. De landelijke Adviescommissie voor toelating en begeleiding kan hierbij een rol spelen.

Stap 9) Realisatie aanpassingen

De basisschool realiseert in samenwerking met het REC de eventuele aanpassingen van gebouw en lokaal. De extra formatie wordt geregeld en men gaat over tot aanschaf van specifieke materialen en methodes. De ‘rugzak’ voorziet in de middelen hiervoor.

Stap 10) Realiseren van het handelingsplan

Tenslotte komt het er op aan om tezamen het handelingsplan te realiseren. Periodieke bijstelling en aanpassing van het plan zal uiteraard nodig zijn. Ouders, basisschool en REC zijn op onderdelen verantwoordelijk.