4: Protocol ‘verwijzing zorgkinderen’

In de school is een leerlingvolgsysteem op basis waarvan de groepsleerkracht op een zo breed mogelijk terrein regelmatig de ontwikkeling van de kinderen volgt. De leerkracht rapporteert de gegevens m.b.t. het ontwikkelingsverloop in de signaleringsvergaderingen, bouwvergaderingen en consultaties met de intern begeleider. In de signaleringsvergadering worden de resultaten van Cito-toetsen besproken. In de bouwvergadering en consultaties worden de handelingsplannen besproken. Als blijkt dat een kind nauwelijks profiteert van het onderwijsaanbod van onze school, dan bieden wij een aangepast programma. Er wordt een handelingsplan geschreven en de extra hulp wordt geboden door de groepsleerkracht of een remedial teacher (afhankelijk van de grootte en samenstelling van de groep én de beschikbare formatietijd van de RT-er). Als deze extra hulp niet, binnen een van tevoren vastgesteld termijn, het gewenste resultaat oplevert, brengt de IB-er dit in tijdens een consultatie met de deskundigen. In dit gesprek wordt besloten of het kind wordt aangemeld bij het Onderwijsloket (OL). Het OL komt n.a.v. onderzoeken met een advies voor verdere begeleiding. In overleg met leerkracht, IB-er, externe leerlingbegeleider en ouders wordt gekeken of de school de geadviseerde begeleiding kan bieden.

De volgende grenzen worden verkend:

  • kan de school structureel datgene bieden wat het kind nodig heeft (middelen, extra instructietijd, gespecialiseerde hulp ed.). Ook op langere termijn;
  • is er verstoring van rust en veiligheid in de groep. Bij ernstige gedragsproblemen is het niet altijd mogelijk om binnen de reguliere setting een zodanige mate van structuur te realiseren dat van een adequate leeromgeving sprake is;
  • is er verstoring van het leerproces van de andere kinderen in de groep. Zorgleerlingen vragen veel aandacht van de leerkracht. Dit zou nadelig kunnen uitpakken voor de andere leerlingen. De vraag is wanneer in redelijkheid teveel van de basisschool wordt gevraagd;
  • hoe is het welbevinden van de leerling in sociaal-emotioneel opzicht;
  • hoe staan de ouders tegenover het advies. Het SBO zal op grond va routine en aanwezige voorzieningen in veel gevallen specialistischer hulp kunnen aanbieden dan de reguliere school. Daar staat tegenover dat de reguliere school integratie en normalisatie kan bieden;
  • hoeveel leerlingen met een aangepast programma zitten er al in de betreffende groep? Is de begeleiding dus haalbaar?

Het advies kan dan zijn, dat Speciaal Basis Onderwijs (SBO) beter is voor het kind. De meerwaarde van het SBO kan zijn:

  • er zijn meer kinderen die op hetzelfde niveau werken. Frustratie hierover kan verminderen. Faalangst en motivatieproblemen kunnen verminderen doordat het kind ziet dat ‘hij niet de enige is’;
  • er zijn binnen het SBO meer instructiegroepjes waardoor er voor het kind meer interactie is;
  • meer succeservaring;
  • meer deskundige hulp in de school;
  • kleinere groepen;
  • er is veel deskundigheid i.v.m. gedragsproblematiek.

Aan de ouders wordt geadviseerd om eens te gaan kijken op het SBO. Als ouders akkoord gaan met het advies melden ze het kind aan bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).

Als ouders niet akkoord gaan met de verwijzing en de school wel alles in het werk heeft gesteld om de ouders te overtuigen van de noodzaak, dat kun kind meer gebaat is bij een plaatsing op een SBO, dan wordt het advies van de school en het besluit van de ouders schriftelijk vastgelegd.